<aside> đĄ
In december 2025 en januari 2026 speelde een wrakingsverzoek van het OM jegens drie rechters van de rechtbank Rotterdam binnen het strafrechtelijk onderzoek Full Sutton (zowel de hoofdzaak als een aanhangige klaagschriftprocedure). Inmiddels is het verzoek tot wraking afgewezen. Voor het archief, geĂŻnteresseerden uit m'n omgeving, andere juridische professionals, onderzoekers en belanghebbenden die van deze casus willen leren of de procedurele gang van zaken willen begrijpen, heb ik de casus eens chronologisch op een rijtje gezet.
</aside>
Wraking
Op 8 december berichtte het Financieele Dagblad dat het Openbaar Ministerie (OM) één of meerdere rechters van de rechtbank Rotterdam zou hebben gewraakt in het strafrechtelijk onderzoek Full Sutton vanwege vermeende partijdigheid van de betrokken rechters. De rechtbank Rotterdam bevestigde na navraag daarop dat er inderdaad sprake was van een wraking en dat het verzoek op 12 januari 2026 zou worden behandeld. Een wrakingsverzoek door het OM is tamelijk uniek te noemen - en zou volgens het OM zelf âniet lichtvaardigâ ingediend zijn.
OM wraakt rechter in mondkapjeszaak tegen Sywert van Lienden
Zeldzaamheid: officier van justitie wraakt rechters in mondkapjeszaak - Mr. Online
OM wraakt rechters in mondkapjeszaak Sywert van Lienden
Wrakingsverzoek OM zet mondkapjesproces Sywert op scherp - Advocatie
De wraking van de rechtbank door het Openbaar Ministerie (OM) volgde op een zitting van 3 december 2025. Deze zitting vond plaats in het kader van een klaagschriftprocedure over de omgang met verschoningsgerechtigde informatie in een strafrechtelijk (voor)onderzoek door de FIOD. Centraal staan duizenden e-mails met advocaten en notarissen die zijn aangetroffen op twee in beslag genomen computers. Deze informatie is wettelijk beschermd; de opsporingsdiensten mogen hier geen kennis van nemen. De kern van deze klaagschriftprocedure is het verzoek om de bij de FIOD aanwezige verschoningsgerechtigde informatie te vernietigen, maar niet voordat de ernst en omvang van de gemaakte inbreuken volledig zijn vastgesteld.
Uit onderzoek in opdracht van de rechtbank en eigen waarneming blijkt inmiddels dat alle correspondentie (duizenden e-mails, vaak met bijlages) met geheimhouders â hoofdzakelijk uit de periode 2020â2022 â vrij toegankelijk op de servers van de FIOD stond. Omdat de data op deze computers niet vooraf onder regie van een rechter-commissaris zijn gefilterd, waren ze jarenlang toegankelijk voor het onderzoeksteam. Hoewel er bijna 10.000 objecten op deze computers zijn bekeken, stelt het OM dat de FIOD slechts incidenteel op geheimhoudersinformatie is gestuit en dat dit conform de regels is gemeld. Gelet op de omvang van de dataset en de hoeveelheid betrokken rechercheurs is deze stelling statistisch gezien (uiterst) onwaarschijnlijk, tenzij de FIOD aannemelijk kan maken dat dit komt door de wijze waarop er is gezocht (en daarbij -hoewel zeer onwaarschijnlijk- toch slechts enkele malen is gestuit op geheimhoudersinformatie). De reconstructie van wie welke gegevens heeft ingezien, wordt echter ernstig belemmerd door procedurele fouten en gebrekkige ICT, het bewust uitschakelen van software-logging, het verwijderen van zoektermen en een veertiental rechercheurs die verklaren zich niets meer te kunnen herinneren van het verrichte onderzoek. Ondanks deze tekortkomingen aan de zijde van het OM en de FIOD, legt het OM de bewijslast bij de verdediging. De verdediging moet maar aantonen dat de gegevens daadwerkelijk (waarschijnlijk) zijn ingezien, of althans dat de officiĂ«le processen-verbaal onjuist zijn. Ons rechtsstelsel gaat er immers vanuit dat een proces-verbaal in principe voor âwaarâ moet worden aangenomen - ook al is wat erin staat (uiterst) onwaarschijnlijk als je je gezond verstand gebruikt. Om dit te onderbouwen, heeft de verdediging het afgelopen jaar diverse onderzoekswensen ingediend. Hoewel de rechtbank deze grotendeels heeft toegewezen â tot zichtbare ergernis van het OM â blijft volledige duidelijkheid uit. Telkens blijkt dat cruciale gegevens ontbreken, onjuist of onlogisch zijn.
De rechtbank besloot op 3 december jl. dat de FIOD specifieke delen van de FIOD-journaals (logboeken van het onderzoek) in een proces-verbaal moet opnemen. En dat eventueel ook FIOD-rechercheurs gehoord gaan worden als een goede verklaring uitblijft. Mogelijk kan alleen zo de verdediging en de rechtbank duidelijk krijgen hoe aannemelijk de eerdere processen-verbaal van de verbalisanten zijn.
Tijdens de zitting van 3 december 2025 werd daarbij duidelijk aangegeven door de geheimhouders-officier van justitie dat zij het hier niet mee eens was. Tegelijkertijd diende zij tijdens de zitting geen wrakingsverzoek in - wat wel in de rede had gelegen als zij ter plekke aanstoot nam aan bepaalde uitspraken.
Het proces-verbaal van de zitting van 3 december 2025 - een verslag van een openbare zitting, inclusief de beslissingen- is hieronder te lezen:
Na het nemen van beslissingen in de klaagschriftprocedure en de sluiting van de zitting, heeft nog een regiezitting in de hoofdzaak plaatsgevonden. Daarna is iedereen naar huis gegaan. De dag na de zitting, 4 december 2025, heeft het OM kennelijk besloten alle leden van de rechtbank te willen wrakenâzowel in de klaagschriftprocedure over het verschoningsrecht als in de hoofdzaak. De verdediging stond hier buiten. Het wrakingsverzoek (of het feit dat er gewraakt was) is door het OM niet gedeeld met de verdedigingâwij hebben dat moeten vernemen uit de krant.
De indruk ontstond al snel dat OM een verkapt appel heeft willen instellen tegen de genomen beslissingen (en voor de FIOD is gaan staan) of dat het OM de rechtbank een waarschuwing heeft willen geven naar aanleiding van de genomen beslissingen âvanwege het gebrek aan objectieve omstandigheden die een wraking rechtvaardigden. Omdat het OM weigerde haar wrakingsverzoek te delen, is dit echter gissen.
Behandeling
Op 12 januari 2026 is het wrakingsverzoek behandeld op zitting bij de rechtbank Rotterdam.
Het OM heeft geweigerd het wrakingsverzoek te delen met de verdedigingâdus wat zij precies hebben aangevoerd, is mij in elk geval onbekend gebleven.
De drie gewraakte rechters hebben voorafgaand aan de zitting schriftelijk op het wrakingsverzoek gereageerd en deze reactie gedeeld met de verdediging. Uit deze reactie valt op te maken dat de wraking van het OM gebaseerd was op vier uitspraken van rechtbankvoorzitter Janssen op 3 december 2025. Nu de procedure is afgerond en de uitspraak onherroepelijk is, is de reactie van de rechtbank hieronder te lezen.
Wat opviel tijdens de zitting was de keuze van het OM voor de vertegenwoordiging. Niet geheimhoudersofficier Schaafsma (die wel aanwezig was) of de zaaksofficieren Van de Bilt en Slieker (beide afwezig) voerden het woord, maar 'crimefighter' Lars Stempher. Stempher, de officier van justitie die Willem Holleeder levenslang achter de tralies kreeg, had een aanzienlijk gevolg aan OM-medewerkers meegenomen en ging volop tekeer tegen de leden van de rechtbank. Opvallend, aangezien hij verder niet bij de zaak betrokken is en ook niet aanwezig was bij de zitting van 3 december 2025. Stempher stelde namens het OM dat de leden van de rechtbank niet de âschijn van vooringenomenheidâ zouden hebben gewekt (de milde variant), maar dat zij daadwerkelijk objectief partijdig wĂĄren, de zwaarste variant. Officier van Justitie Stempher bleek zich daarbij te vergalopperen: in plaats van zich te beperken tot het wrakingsverzoek, hield hij een vurig pleidooi vol nieuwe wrakingsgronden en omstandigheden - en trad daarmee feitelijk buiten de procedure.
De pleitnota van officier van justitie Stempher namens het OM van 12 januari 2026 is via onderstaande link te lezen:
De kern van het wrakingsverzoek â gebaseerd op een willekeurige verzameling van onjuistheden, achterhaalde conclusies en inconsistente tijdlijnen â is het verwijt dat de rechtbank te veel op de hand van de verdediging zou zijn. Hoewel de zittingscombinatie en de verdediging het dossier goed kennen en de feitelijke onjuistheden direct konden herkenden, bleef het de vraag of een nieuw aangestelde wrakingskamer zonder deze voorkennis dat ook zou doen. Ik vond dat -opnieuw- een heel kwetsbaar moment, waarbij het OM gebruik c.q. misbruik kon maken van de kennisachterstand bij de wrakingscombinatie. Op basis van geĂŻsoleerde en uit hun verband getrokken uitspraken van de voorzitter concludeerde het OM dat er sprake was van een âobjectieve blijk van vooringenomenheidâ. Omdat de overige twee rechters deze uitspraken niet hebben weersproken, zouden ook zij vooringenomen zijn. Het OM stelt dat deze vermeende partijdigheid doorwerkt in de gehele procedure, met als uiterste consequentie dat de voltallige combinatie in beide lopende procedures gewraakt en vervangen dient te worden.
ĂĂ©n van de centrale verwijten van het OM betrof de stelling dat de rechtbank de juistheid van de FIOD-processen-verbaal op aangeven van de verdediging ten onrechte in twijfel zou trekken. Dat heeft mee verbaasd, gezien het feit dat nu juist de (on)betrouwbaarheid van die processen-verbalen juist de kern van het geschil vormt. Dat een rechtbank daarin geen bewegingsruimte zou toekomen op straffe van een wraking heeft mij dan ook zeer verbaasd - hoe toets je anders als rechtbank die betrouwbaarheid van processen-verbaal als je geen vragen of kanttekeningen daarbij mag stellen op basis van wat gewisseld wordt?
De impact op de verdachten â die buiten het wrakingsverzoek stonden â is niet ter sprake gekomen. Niet de mogelijke aanzienlijke vertraging van een procedure die al jaren loopt, niet het zoveelste juridische (media)circus. Aan de verdediging en verdachten is verder ook niets gevraagd. Voor mij was het ter plekke duidelijk: het OM is op oorlogspad om de eigen fouten te verdoezelen. En als dat ten koste moet gaan van niet alleen de verdachten, maar ook van onderzoekende rechters: so be it. Ik vond de opstelling van officier van justitie Stempher ter plekke behoorlijk duister qua sfeer en onzuiver in de motieven. In die zin heeft zijn pleidooi indruk op mij gemaakt en mij een (verdere) negatieve indruk gegeven van het OM als een niet integer instituut.
Tijdens het pleidooi van het OM werd ook het werkelijke motief voor het wrakingsverzoek duidelijk: de vrees dat de rechtbank het klaagschrift van de verdediging gegrond zou verklaren Ă©n dat dit consequenties zou hebben in de hoofdzaak. Het OM acht het risico blijkbaar reĂ«el dat gegrondverklaring van het klaagschrift kan of zelfs zĂĄl leiden tot de niet-ontvankelijkheid van de aanklager in de hoofdzaak vanwege een ernstig vormverzuim. Of zoals het OM het zelf verwoordde richting de rechtbank: âDe gedachten gaan klaarblijkelijk alleen nog maar uit naar een mogelijke niet-ontvankelijkheid.â Zo ver is het echter nog lang niet â de verdediging heeft daar nog niet om verzocht en de rechtbank schuift besluiten over het klaagschrift voor zich uit, en van een inhoudelijke behandeling is nog (lang) geen sprakeâ maar kennelijk zag het OM een bui hangen. Het lijkt er sterk op dat men deze rechtbank uit voorzorg wilde uitschakelen voor een dergelijk oordeel geveld kĂĄn worden en nader onderzoek naar het eigen functioneren plaatsvindt, maar daar is een wrakingsverzoek niet voor bedoeld. Dergelijk gedrag hoort m.i. thuis in een bananenrepubliek. Vrees je de uitkomst van je eigen fouten? Of ben je het niet eens met een al reeds genomen beslissing? Probeer dan simpelweg als OM preventief de rechter te vervangen via een wraking, of intimideer de rechtbank met een wrakingsverzoek om ze voorzichtiger te maken richting de toekomst. Het is een gotspe.
Bij gebrek aan een eigen pleitnota reageerde de rechtbank ad hoc op het pleidooi van het OM, waarbij zij vaststelden dat het OM ongeoorloofde nieuwe wrakingsgronden aanvoerden. De rechters lieten duidelijk blijken zich onheus bejegend te voelen door de selectieve citatiewijze van het OM en leken overvallen door de felheid van het pleidooi van het OM. Hoewel deze werkwijze van het OM voor ons als verdachten typerend is (schieten met hagel vol onzinnigheden in een hoog opvolgend tempo zodat je overvallen wordt en het amper puntsgewijs kunt weerleggen), was de verontwaardiging bij de rechtbank evident - en mogelijk ook nieuw (en leerzaam) voor ze om (ook) eens in die positie te verkeren. Voor de betrokken rechters moet het zonder meer vervelend zijn dat hun onafhankelijkheid, onpartijdigheid en professionaliteit op deze wijze publiekelijk ter discussie is gesteld in een zaak waarin â naar mijn overtuiging â niet de rechtbank, maar het OM tekortschiet.
Rechtbankvoorzitter Janssen merkte tot slot op dat het wrakingsverzoek pas is ingediend nadat de rechtbank een voor het OM ongunstige beslissing had genomen. De rechtbank had namelijk bevolen dat de FIOD â ter verduidelijking van het dossier â opnieuw moest toelichten hoe zij is omgegaan met twee computers vol verschoningsgerechtigde stukken. Omdat veertien betrokken rechercheurs zich collectief op een gebrekkig geheugen beriepen, gelastte de rechtbank het overleggen van interne onderzoeksjournaals en hield zij de mogelijkheid open om onderzoeksleiders te horen. Officier van justitie Schaafsma maakte ter zitting van 3 december jl. direct vocaal bezwaar tegen dit besluit, maar wraakte de rechtbank op dat moment niet. Wel werd nadien tevergeefs geprobeerd de audio-opnamen van de zitting te verkrijgen. Dat het OM pas tot wraking over is gegaan nĂĄ een onwelgevallige beslissing, en niet op het moment van de gewraakte uitlatingen zelf, vond rechter Janssen veelzeggend, waarbij hij hardop vraagtekens stelde wanneer precies het idee van wraking is opgekomen. Het OM antwoordde daar verder niet op - waardoor dit voor altijd in het midden zal blijven.
De behandeling van het wrakingsverzoek heeft geleid tot enkele mediapublicaties:
Wraking door OM in de mondkapjeszaak: âRechtbank is vooringenomenâ - âŠ